De zogenoemde pensioenregel

DE ZOGENOEMDE PENSIOENREGEL

Het beëindigen van een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd voorafgaande opzegging nodig is (zie hfdst. 4). Daarop is een uitzondering gemaakt. Een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd eindigt van rechtswege door de dood van de werknemer (zie 3.3). Is er nog een situatie denkbaar dat een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd van rechtswege eindigt?

Deze vraag is van groot belang als het gaat om pensionering. Verreweg het grootste deel van de werknemers heeft een dergelijke arbeidsovereenkomst waarin een beding is opgenomen, het- zij rechtstreeks hetzij via een collectieve arbeidsovereenkomst dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Dit resulteert in de vraag of er naast een zogenoemde Ragetlieregel ook een zogenoemde pensioenregel bestaat.

Deze regel is in 1989 geïntroduceerd. Onder de pensioenregel wordt verstaan dat een arbeidsovereenkomst – om het even of het om een arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd of om een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd gaat – van rechtswege eindigt wanneer partijen ‘een zekere, vaste pensioenleeftijd’ zijn overeengekomen. Daarover wordt in de literatuur verschillend gedacht.

Zo wordt bij de tegenstanders van het bestaan van een dergelijke regel uitdrukkelijk een beroep gedaan op het al genoemde art. 7:667 lid 6 Burgerlijk Wetboek, waarmee het meest kenmerkende verschil tussen de arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde en voor onbepaalde tijd is aangegeven. Ook wordt een beroep gedaan op het gesloten ontslagstelsel waaruit voortvloeit dat een arbeidsovereenkomst op een beperkt aantal wijzen kan eindigen; het beëindigen van een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd van rechtswege hoort daar niet bij.

Daarentegen wordt door voorstanders gesteld dat art. 7:667 lid 6 Burgerlijk Wetboek een einde van rechtswege van een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd niet uitsluit. Wel is betoogd dat het beëindigen van rechtswege van de arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd uitdrukkelijk moet zijn vastgelegd.

Voorstanders doen ook wel en beroep op een door de Hoge Raad in 1995 gewezen arrest. In dit arrest stelt de Hoge Raad ‘dat niet kan worden gezegd dat de regel dat een dienstbetrekking in het alleen van rechtswege eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet langer in overeenstemming is met de rechtsopvatting van brede lagen van de bevolking’. Daar- uit kan worden afgeleid dat de Hoge Raad toch in ieder geval impliciet de mogelijkheid het van rechtswege eindigen van de arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd openlaat.

Als het gaat om een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd dan heeft art. 7:675 Burgerlijk Wetboek geen betekenis. Voor een arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd is dat echter anders. Deze arbeidsovereenkomst kan door zowel de erfgenamen van de werkgever als de werknemer worden opgezegd.

Een voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd leidt tot schadeplichtigheid (zie art. 7:677 BW). Om dit te voorkomen mag de arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd worden opgezegd alsof het een arbeidsovereenkomst is die is aangegaan voor onbepaalde tijd. Daarbij gelden dan wel de voorschriften die in acht genomen moeten worden bij een dergelijke opzegging, zoals de opzegtermijnen, het moeten hebben van toestemming tot opzegging van de Centrale organisatie werk en inkomen en de bijzondere opzegverboden.

Wordt de arbeidsovereenkomst opgezegd zonder dat bijvoorbeeld de daar- voor geldende opzegtermijnen in acht worden genomen, dan wordt voor de berekening van de schadeplichtigheid de arbeidsovereenkomst geacht te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd.” De mogelijkheid om op te zeggen zal maar een betrekkelijk korte periode na het overlijden van de werkgever gebruikt kunnen worden.

Als het gaat om de nagelaten betrekkingen zal daarbij een rol spelen de tijd die nodig is om zich op de hoogte te stellen van het wel en wee van het bedrijf en de beslissing over de voortzetting ervan. Voor alle duidelijkheid: faillissement, surseance van betaling van de werkgever en de ontbinding van de rechtspersoon zijn niet gelijk te schakelen met de dood van de werkgever. Mocht de werkgever een vennootschap onder firma zijn, dan leidt het overlijden van één van de firmanten niet tot het kunnen toepassen van art. 7:675 Burgerlijk Wetboek.

Regelend recht

Art. 7:675 Burgerlijk Wetboek is regelend recht. Dat betekent dat de werkgever en de werknemer de bijzondere opzeggingsmogelijkheid geheel of gedeeltelijk kunnen uit- sluiten.”

De zogenoemde pensioenregel

In 3.2.1 is aan de orde geweest het van rechtswege beëindigen van de arbeidsovereen- komst aangegaan voor bepaalde tijd door het ‘verstrijken van de tijd’ waarbij art. 7:667 Burgerlijk Wetboek centraal staat. Lid 6 van dat artikel geeft uitdrukkelijk aan.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *